De geschiedenis van de Burmees

Volgens zeggen is de Burmees één van de weinige rassen waarvan de herkomst precies bekend is. Echter al in de Ayudhya-periode (1350 tot 1767) werden gedichten geschreven in een oud Thais kattenboek. Daar wordt de kat Su-pa-lak of Thong Daeng genoemd. De kat wordt daar beschreven als moedig met beschermingsdrang, maar ook als beeldschoon, gekleurd als koper en ogen als een schitterende lichtstraal.
De plaatselijke folkore verteld over prachtige bruine katten met gouden ogen (naar alle waarschijnlijkheid de voorouders van de huidige Burmees) die als heilige dieren in tempels, kloosters en paleizen werden gehouden. Daar werden ze aanbeden en in de watten gelegd. Ook hadden ze eigen bedienden die tevens als hun bewaker optraden. Deze bedienden, priesterstudenten, waren voor de veiligheid van de kat verantwoordelijk en elk verzuim werd zwaar gestrafd.
De zuiverheid van deze katten bleef gehandhaafd door een zorgvuldige controle over hun bewegingen, waardoor werd voorkomen dat ze zich kruisten met de vele katten die in de omgeving rondzwierven.
Een enkele keer werd zo'n speciale kat cadeau gedaan aan een hoge gast of belangrijke bezoeker. Verder bleven deze katten binnen hun beschermende omgeving.

Hoe de eerste Burmees in handen van Dr. Thompson kwam, blijft onduidelijk. Daarover zijn verschillende versies in omloop. Wat we wel met zekerheid weten is, dat in de dertiger jaren Dr. Joseph C. Thompson vanuit Birma (het huidige Myanmar) een bruine kat, Wong Mau genaamd, mee naar Amerika bracht. Deze kat had, net zoals de seal-point Siamees, donkergekleurde points, maar haar lichaam was veel donkerder bruin gekleurd. Wong Mau kreeg een nest van de Siamese kater Tai Mau. Uit deze combinatie werden 2 verschillende kleuren katten geboren: Siamees-kleurig zoals de vader en donkerder katten zoals de moeder. Wong Mau werd later gedekt door één van haar zonen, zo'n donkerder kat, wat resulteerde in 3 verschillende typen katten: Siamees-kleurig, de donkerder katten zoals Wong Mau en nog donkerder bruine katten (bijna) zonder points. Deze donkerbruine katten waren de eerste Burmezen. Uit Burmezen gekruist met Burmezen werden uitsluitend Burmezen geboren. Zo bleek Wong Mau een hybride te zijn van een Siamees met een geheel nieuw ras: de Burmees. Dergelijke hybrides kennen we nu als Tonkanezen.
Uit de nakomelingen van Wong Mau en andere uit Birma naar Amerika geïmporteerde Burmezen en Tonkanezen, werden de Burmezen in Amerika gefokt. Erkenning door de CFA volgde in 1936. Pas in 1949 werden de eerste Burmezen in Engeland geïmporteerd door Mrs. L. France (2 poezen en 1 kater).

De kater was Casa Gatos Da Foong. Erkenning in Engeland door de GCCF volgde in 1952. In 1953 werd nog een kater geïmporteerd, Casa Gatos Darkee. In de afstamming van deze kater is Wong Mau nog terug te vinden bij de bet-oud-overgrootouders (de 5e generatie). De eerste rasclub voor Burmezen, "The Burmese Cat Club" werd opgericht in 1955 door Mr. Vic Watson.
Tot 1955 dacht men bij een Burmees uitsluitend aan een bruine kat.
In dat jaar echter werd in een nest van de poes Ch. Chinki Golden Gay, gedekt door haar vader Ch. Casa Gatos Darkee, de eerste blauwe Burmees geboren, Sealcoat Blue Surprise. Deze nieuwe kleur werd in 1960 erkend.

In 1964 werd de aanzet gegeven tot de fok van rode, creme en tortie Burmezen door de combinatie van een burmees met een red-tabby huiskat en vervolgens met een red-point Siamees, wat uiteindelijk resulteerde in de erkenning van deze kleuren in 1972.
Aan het einde van de zestiger jaren ontstond behoefte aan vers bloed in de Burmezen-fok in Engeland. Daarom werden er in 1968 zes Burmezen uit Amerika naar Engeland geïmporteerd, waarvan er 4 een nieuwe kleur hadden, namelijk chocolate (in Amerika champagne genoemd). Deze nieuwe kleur werd, samen met zijn verdunning lilac (platinum in Amerika) in 1975 erkend.
De 2 bekenste van deze importen waren Jodee's Golden Morningstar en Aybo Budda, namen die in de jaren daarna veel op de Engelse en daarna Europese Burmezen-stambomen voorkwamen.

De Burmees in Nederland.
Voorzover bekend werden de eerste Burmezen in 1963 naar Nederland geïmporteerd vanuit Engeland door Dhr. H.C. Campen. Het waren Kiang Kamina, gefokt door Mrs. E.M. King en Kevitor Brown Berry, gefokt door Mrs. M. Somers, beiden bruin. Ze werden gevolgd door o.a. Freefolk Hazel, Buskins Mi-Hling, Jongela Celia, Procul Hitachi, Procul Thebaw (allen bruin) en Ballard Raba, Ballard Rudy en Ballard Bluebell (blauw). In 1969 werd zelfs een Burmees uit Amerika naar Nederland geïmporteerd: Pallady's Sir-Sir. Deze kater had prachtige gele ogen, die hij ook aan zijn nakomelingen doorgaf.
Pas in de zeventiger jaren kreeg de Burmees in Nederland een grotere bekendheid. Er werden vele Burmezen uit Engeland geïmporteerd (in diverse kleuren) en er waren er meestal wel enkele tientallen op een kattententoonstelling te bewonderen. Vooral de kleuren bruin, blauw, chocolate, lilac en creme werden erg populair; de torties daarentegen zijn in die tijd nooit erg geliefd geworden.
Aan de huidige burmezenpopulatie te zien is er wel één en ander aan het veranderen: de vier "basis"-kleuren bruin, blauw, chocolate en lilac zijn goed vertegenwoordigd, maar rood, creme en tortie worden steeds populairder. Ook de nieuwe kleur cinnamon is regelmatig op tentoonstellingen te zien.

Tags: