Het uiterlijk van de Burmees

Hoewel alle Burmezen afstammen van Wong Mau en ze ten tijde van de eerste importen naar Engeland ook allemaal hetzelfde type hadden, is er intussen wel wat veranderd. In Amerika is in de loop der jaren een duidelijk ander type Burmees gefokt: met een gedrongen lichaam en een ronde korte kop. Dit in tegenstelling tot de Burmezen van het elegantere Engelse type, die smal en lang van lijf zijn met een wat spitse kop.
Volgens de Engelse GCCF-standaard is de Burmees een elegante kat van een uniek oosters type, wat karakteristiek is voor het ras. Elke neiging naar het Siamese type of naar het gedrongen uiterlijk van een Brits korthaar, moet als een fout beschouwd worden. De Burmees is een slanke, elegante, goed gespierde, compacte kortharige kat met een karakteristieke krachtige, ronde borst en rechte rug. De benen zijn slank, de staart is middellang en niet te dik aan de basis en eindigend in een afgerond topje. De kat voelt zwaarder aan dan hij lijkt.

De kop:


Van voren gezien een korte wigvorm, breed bij de jukbeenderen, zonder onderbreking van de kaaklijn uitlopend in een afgeronde snuit. Het schedeldak (dôme) is rond en het voorhoofd vrij rond. Bij kittens is iets pinch (een geknepen snuitje) toegestaan. Profiel: Het afgeronde voorhoofd gaat via een duidelijke welving (stop) over in een rechte neuslijn. Sluitend gebit en stevige kin.

De oren:


Middel groot, wijd aan de basis met afgeronde toppen en licht naar voren wijzend. De oren zijn zo geplaatst dat ze de lijnen van de kop vanaf de jukbeenderen voortzetten.

De ogen:


Grote, iets schuin geplaatste ogen. Het bovenste ooglid is amandelvormig, het onderste ooglid is rond. De ogen zijn wijd geplaatst.

De oogkleur:


Elke tint geel van chartreuse tot amber, bij voorkeur goudgele ogen, hoe dieper van kleur, hoe beter.

Het lichaam:


Middellang, goed gespierd lichaam met een rechte ruglijn. Stevige ronde borst.

De poten en voeten:


Poten en voeten slank en elegant, in goede verhouding met het lichaam. Achterpoten iets langer dan de voorpoten, ovale voetjes.

De staart:


Vrij lange staart met een niet te brede staartinplant en iets dunner uitlopend in een afgeronde staartpunt.

De vacht:


Korte, fijne, glanzende satijnachtige vacht die glad aanligt, nauwelijks ondervacht. De vacht is vrij van strepen en vlekken. Bij alle kleuren kunnen het gezicht en de oren iets donkerder van tint zijn, vooral bij chocolate en cinnamon. Van de rug naar de buik wordt de vachtkleur geleidelijk iets lichter.
Bij kittens ontwikkelt de kleur zich langzaam. De haren worden naar de haarbasis toe geleidelijk lichter van kleur, maar geven geen indruk van ticking of smoke. Enkele verspreide witte haren zijn toegestaan.

De conditie:

Goed gespierd met een goed gewicht voor hun formaat, levendig en alert.

Tags: